nmi1 fas
orde

Overtoom 538hs

1054LL Amsterdam

020 618 76 43

en


Overtoom 538hs

1054LL Amsterdam

020 618 76 43

Lesbisch stel kan 2 kinderen hebben met verschillende achternamen

Lesbisch stel kan 2 kinderen hebben met verschillende achternamen

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 21 februari 2017 een mooie uitspraak gedaan, die tegemoet komt aan de eisen van deze moderne tijd. De rechtbank heeft geoordeeld dat een geslachtsnaamwijziging van een kind niet (altijd) in het belang is van de minderjarige. De situatie was als volgt.

Vrouw 1 en Vrouw 2 zijn met elkaar gehuwd. In 2007 wordt uit Vrouw 1 Zoon 1 geboren. In 2009 wordt uit Vrouw 2 Zoon 2 geboren. De moeders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit gezag over hun Zoons, die zij ook beiden hebben erkend. Zoon 1 draagt de achternaam van Vrouw 1 (Jansen), Zoon 2 de achternaam van Vrouw 2 (Fritsen).

De officier van justitie verzoekt de rechtbank de geslachtsnaam van Zoon 2 te wijzigen in die van Zoon 1. Op grond van artikel 1:5 lid 8 BW hebben kinderen van dezelfde ouder en dezelfde echtgenoot of geregistreerde partner, die niet de ouder is, en die van rechtswege het gezag gezamenlijk zullen uitoefenen, dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind. De gemeente heeft bij de geboorte van Zoon 2 echter per abuis de verkeerde geslachtsnaam op de geboorteakte vermeld. De geslachtsnaam van Zoon 2 had niet Fritsen, maar Jansen moeten zijn.

Vrouw 1 en Vrouw 2 verzetten zich tegen het verzoek van de officier. Volgens hen wil Zoon 2 zijn achternaam niet gewijzigd hebben. Hij is inmiddels zeven jaar oud, heeft altijd Fritsen geheten en wil zijn naam behouden. De moeders menen dat hij hier ook recht op heeft. Zijn achternaam is onderdeel van zijn identiteit en het belang van het behoud hiervan is groter dan het formele standpunt van eenheid van naam binnen een gezin. De huidige maatschappij kent tegenwoordig allerlei samengestelde gezinnen, waarin meerdere verschillende namen voorkomen. Vrouw 1 en Vrouw 2 stellen ten slotte dat het hele probleem niet had gespeeld als zij niet de wens hadden gehad om Zoon 2 door Vrouw 1 te laten erkennen. De achternaam van Zoon 2 was dan gewoon Fritsen gebleven. De moeders voeren aan meerdere stellen te kennen die om deze reden bewust niet tot erkenning van hun kinderen overgaan, terwijl zij dat wel graag zouden willen.

De rechtbank stelt voorop dat sinds 1 januari 1998 de eenheid van naam is opgenomen in artikel 1:5 lid 8 BW. Hierin is bepaald dat een verklaring houdende naamkeuze slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van hun eerste kind kan worden afgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de tekst van dit artikel echter niet worden afgeleid dat de wetgever het oog heeft gehad op gevallen als de onderhavige. Dat blijkt in de eerste plaats uit de eerste zin van lid 8, waar is bepaald dat dit artikellid van toepassing is indien de ouders een verklaring naamkeuze hebben afgelegd. Wanneer een dergelijke verklaring niet is afgelegd, lijkt voor toepassing van lid 8 dan ook geen plaats. De wetgever heeft kennelijk bedoeld de keuze voor het eerste kind, omwille van de eenheid van naam binnen het gezin, beslissend te laten zijn voor de volgende kinderen. Die eenheid van naam dwingt, gelet op de tekst van lid 8, echter niet tot het wijzigen van een achternaam in een geval als het onderhavige, waarin bij de geboorte géén naamkeuze is gedaan. Reeds om die reden is de rechtbank van oordeel dat op grond van de tekst van de wet niet kan worden geconcludeerd tot een dwingend voorgeschreven wijziging van de achternaam van Zoon 2.

Daar komt bij dat een verplichte naamwijziging volgens de rechtbank in strijd is met de belangen van Zoon 2. Hij is inmiddels bijna acht jaar oud en draagt sinds zijn geboorte de achternaam Fritsen. Op grond van internationale verdragen voor de rechten van het kind, heeft een kind recht op een naam vanaf zijn geboorte en moet – gelet op het belang van de achternaam bij de persoonlijke identiteit – zeer terughoudend met een wijziging worden omgegaan. Dat de eenheid van naam door de wetgever niet als absoluut uitgangspunt heeft te gelden, blijkt volgens de rechtbank ook uit de uitzonderingen die door de wetgever op dit uitgangspunt zijn gemaakt. Zo behoudt een kind bij het achterwege laten van een naamkeuze bij adoptie, de naam die het voor de adoptie had. De rechtbank overweegt voorts dat er van eenheid van naam binnen het gezin van de moeders overigens toch al geen sprake is, aangezien Vrouw 1 en Vrouw 2 beiden hun eigen achternaam gebruiken. De rechtbank wijst het verzoek van de officier af.

Rechtbank Noord-Nederland 21 februari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:580