nmi1 fas
orde

Overtoom 538hs

1054LL Amsterdam

020 618 76 43

en


Overtoom 538hs

1054LL Amsterdam

020 618 76 43

Horen van kinderen in familiezaken: ze worden steeds jonger…

 

stem van het kind

De leeftijd van een kind waarop het gehoord kan, of zelfs moet, worden in een familierechtelijke procedure wordt steeds lager, zo getuige een uitspraak die onlangs voorbij kwam van een Duitse rechter. De Duitse rechter weigerde een uitspraak van een Nederlandse familierechter uit te voeren omdat het betrokken kind (van vijf jaar oud) door de Nederlandse rechter niet was gehoord. Het was een uitspraak van het Amtsgericht Celle (D) d.d. 28 juni 2017, zaaknummer 23 F 23079/17 KH.

Het betrof hier een verzoek van de gescheiden moeder bij wie het kind zijn hoofdverblijf had, om met het kind te verhuizen naar Duitsland. Zij verzocht hiertoe vervangende toestemming van de Nederlandse rechtbank. De rechtbank wees dit verzoek toe en moeder en kind verhuisden naar Duitsland. In hoger beroep vernietigde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beschikking van de rechtbank en oordeelde dat moeder en kind terug naar Nederland moesten verhuizen. De Hoge Raad wees een daartegen ingesteld cassatieberoep af.

Moeder en kind komen echter niet terug naar Nederland. Moeder voert de beschikking van het gerechtshof dus niet uit. Tussen vader en kind is inmiddels helemaal geen contact meer. De vader verzoekt daarom het Duitse Amtsgericht om de beschikking van het gerechtshof in Duitsland uitvoerbaar te verklaren. Dit verzoek van vader wordt door het Amtsgericht afgewezen. Samengevat omdat naar het oordeel van het Amtsgericht de Nederlandse uitspraak niet voldoet aan wezenlijke procesrechtelijke beginselen van het Duitse familierecht. Volgens de Duitse rechtsbeginselen zou het betreffende kind in een in Duitsland gevoerde procedure persoonlijk door de rechtbank zijn gehoord om zijn voorkeuren en ideeën te achterhalen. Nu dat in de procedure bij het Nederlandse gerechtshof (Arnhem-Leeuwarden) niet is gebeurd, voldoet de uitspraak van het gerechtshof volgens het Amtsgericht niet aan de Duitse rechtsbeginselen en kan deze daarom niet worden uitgevoerd in Duitsland.

De Nederlandse rechter had in deze zaak het kind niet gehoord omdat het kind destijds pas 5 jaar oud was. Het Amtsgericht is evenwel van oordeel dat een vijfjarig kind zodanig gehoord kan worden over de betreffende gezagsproblematiek, dat daaruit informatie kan worden verkregen. Nu de Nederlandse rechter een beslissing heeft genomen zonder deze informatie, wijst het Amtsgericht het verzoek van vader om tenuitvoerlegging van die beslissing af. Dit betekent dat een Duitse rechter geen gezagsbeschikking uit Nederland ten uitvoer zal laten leggen als het kind in Nederland niet is gehoord, ook als het kind jonger is dan 12 jaar.

In Nederland is het nu zo dat  in familiezaken waarin een minderjarige van 12 jaar of ouder is betrokken, de rechter niet eerder kan beslissen dan nadat de minderjarige in de gelegenheid is gesteld zijn (haar) mening kenbaar te maken (809 Rv) . Het betreft geen hoorplicht, maar een hoorrecht van kinderen vanaf 12 jaar. De laatste jaren wordt de stem van het kind jonger dan 12 in toenemende mate van belang geacht. De Staatscommissie Herijking ouderschap heeft (onlangs) geadviseerd dat kinderen vanaf 8 jaar actief in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord in procedures rond afstamming en gezag. Kinderen vanaf 8 jaar zouden tevens toestemming moeten geven voor het aanvaarden van ouderschap en voor het tot stand brengen van gezamenlijk ouderlijk gezag. Het voorstel van de Staatscommissie om de leeftijdsgrens voor het hoorrecht te verlagen naar 8 jaar wordt gezien als een eerste, maar (te) voorzichtige, stap in de goede richting. Vrij algemeen wordt gepleit voor het afschaffen van een leeftijdsgrens voor het horen van kinderen in procedures die hen aangaan. Met inachtneming van de rijpheid van het individuele kind zouden minderjarigen altijd in de gelegenheid moeten worden gesteld om te worden gehoord. Wel wordt het daarbij van belang geacht dat er meer aandacht is voor de voorbereiding van het kind en zijn of haar gezin op het kindgesprek en voor de uitleg van een daarop volgende beslissing. Er zou meer werk moeten worden gemaakt van deskundigheid op dit terrein bij de rechterlijke macht en moeten worden geïnvesteerd in een veilige gespreksomgeving.

De rechtbank Amsterdam is hiermee inmiddels aan de slag. Met ingang van 1 juni 2017 stuurt het team Familie en Jeugd van de rechtbank Amsterdam bij wijze van pilot in een aantal specifieke zaken – uithuisplaatsing, omgang, verhuizing en wijziging hoofdverblijf – kinderen van 8 t/m 11 jaar een brief waarin uitgelegd wordt dat zij aan de (kinder)rechter kunnen vertellen wat zij van het voorliggende verzoek vinden. Als het kind dat wil, zal hij/zij worden uitgenodigd voor een kindgesprek. Dit kindgesprek zal buiten aanwezigheid van de ouders en op een ander moment dan de zitting, worden gehouden.

Een kind van 5 jaar, zoals in de Duitse zaak, is nog wel een stuk jonger dan een kind van 8 jaar. Dit neemt niet weg dat de in de Duitse zaak naar voren gekomen tenuitvoerleggingsproblematiek een aanleiding kan zijn voor Nederlandse advocaten om in een gezagsprocedure die mogelijk in Duitsland tenuitvoer gelegd zal moeten worden, aan de Nederlandse rechter te verzoeken om het jonge(re) kind, te horen.

De leeftijdsgrens voor het horen van kinderen schuift dus geleidelijk op naar steeds jongere leeftijd. Waar de uiteindelijke grens ligt, is nog de vraag.