nmi1 fas
orde

Overtoom 538hs

1054LL Amsterdam

020 618 76 43

en


Overtoom 538hs

1054LL Amsterdam

020 618 76 43

Alimentatie

(Ex)partners kunnen naar elkaar en naar hun kinderen toe, verplicht zijn om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de ander, ook wel alimentatie genoemd.

Behoefte en draagkracht

Uitgangspunt bij de vaststelling van alimentatie is enerzijds de behoefte van degene die de alimentatie gaat ontvangen aan een extra bijdrage en anderzijds de financiële mogelijkheid van degene die de alimentatie moet gaan betalen om een extra bijdrage te leveren, ook wel draagkracht genoemd.

Vaststelling en wijziging van alimentatie

De hoogte van de alimentatie kan door de (ex) partners in een overeenkomst worden bepaald of –als dat niet lukt- in een procedure door de rechter worden vastgesteld. Afhankelijk van hoe het alimentatiebedrag bepaald is (via een overeenkomst of door de rechter) zijn er verschillende mogelijkheden om dit bedrag later te laten wijzigen. Als het bedrag middels een overeenkomst tot stand is gekomen dan is er een wijziging mogelijk als het alimentatiebedrag tot stand is gekomen met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Als de rechter het alimentatiebedrag bepaald heeft, dan kan dat bedrag gewijzigd worden als de rechter van verkeerde of onvolledige gegevens is uitgegaan en de alimentatie daarom van het begin af aan niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan. In beide gevallen is een wijziging mogelijk als sinds de vaststelling zich een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan op grond waarvan de alimentatie niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een van beide partijen beduidend meer of minder is gaan verdienen. Voor partneralimentatie bestaat de mogelijkheid om in onderling overleg wijzigingen in de toekomst uit te sluiten, een zogenoemd niet-wijzigingsbeding.

 Kinderalimentatie

De juridische ouders van een kind zijn verplicht om in de kosten van levensonderhoud van het kind te voorzien. Daarnaast is een stiefouder gedurende het huwelijk met de ouder van het kind, verplicht om bij te dragen aan de kosten van de tot zijn gezin behorende minderjarige kinderen. Als een kind slechts één juridische ouder heeft, is ook de verwekker -de biologische ouder- verplicht om bij te dragen aan de kosten van het kind. De behoefte van een kind wordt veelal bepaald aan de hand van de zogenoemde tremanormen. Volgens die tremanormen wordt middels een tabel aan de hand van het netto gezinsinkomen voor het uiteengaan van partijen, bepaald welk bedrag normaliter besteed zou worden aan de kinderen. Dat tabelbedrag kan eventueel verhoogd worden met bijzondere kosten die van toepassing zijn in het specifieke geval. Vervolgens wordt via een forfaitaire berekening bepaald welk ruimte (draagkracht) de beide ouders hebben om te kunnen bijdragen in die kosten van de kinderen. De kosten worden dan naar rato van die draagkrachtruimte over de ouders verdeeld, waarbij ook het aantal dagen dat een ouder de zorg voor de kinderen heeft, meegenomen wordt via een zorgkorting. Uit deze berekeningen volgt dan uiteindelijk het bedrag waarmee ieder van de ouders bij hoort te dragen in de kosten van de kinderen. Als een ouder (al dan niet in verschillende gezinnen) meerdere kinderen heeft waarvoor een bijdrage verschuldigd is, dan is het uitgangspunt dat de totale draagkracht van die ouder gelijk wordt aangewend voor die verschillende kinderen. Wel is het zo dat de verhouding per kind anders kan zijn omdat er bij de verschillende kinderen andere ouders kunnen zijn, die bij dienen te dragen, zodat de draagkracht vergelijking anders  uitpakt

Alimentatie voor Jongmeerderjarigen

Als een kind 18 jaar wordt en dus niet meer minderjarig is, dan hoeft de kinderalimentatie niet meer aan de hoofdverzorgende ouder betaald te worden, maar moet er aan het jongmeerderjarige kind betaald worden. Als de kinderalimentatie door de rechter is vastgesteld en tot aan het minderjarig worden van kracht is geweest dan wordt die kinderalimentatie voor het minderjarige kind bij het 18 jaar worden automatisch omgezet in een bijdrage te betalen aan de jongmeerderjarige zelf. Als de kinderalimentatie bij overeenkomst is vastgesteld is het verstandig om vanuit dit oogpunt de minderjarige partij bij die overeenkomst te maken zodat het kind bij het 18 jaar worden een eigen recht heeft waarop het zich kan beroepen. Deze verlengde onderhoudsplicht voor jongmeerderjarigen, ook wel bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie genoemd, eindigt als het kind 21 jaar wordt

Partneralimentatie

Na een huwelijk (of geregistreerd partnerschap) zijn ex-partners verplicht om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud van de ander als die ander daar behoefte aan heeft. Over het algemeen wordt aangenomen dat die behoefte betstaat als een van de partners niet in staat is om voor zichzelf dezelfde welstand te bewerkstelligen als tijdens het huwelijk gewoon was. Om die welstand te bepalen wordt gekeken naar de gezamenlijke inkomsten en uitgaven tijdens het huwelijk maar ook naar de verwachte uitgaven na het huwelijk. Als het niet mogelijk is om aan de hand van concrete gegevens die welstand te bepalen dan wordt vaak gebruik gemaakt van de ‘Hof-norm’ die inhoudt dat de behoefte van de echtgenoten bepaald wordt door 60% te nemen van het netto gezinsinkomen voor het uiteengaan van partijen, na aftrek van de kosten van de kinderen. Vervolgens wordt gekeken naar de draagkracht van degene die de alimentatie betalen moet. Deze wordt via een specifieke rekenmethode volgens de Tremanormen wordt bepaald. De termijn voor partneralimentatie is maximaal 12 jaar. Als daar aanleiding toe bestaat kan de duur van de alimentatie ook gelimiteerd worden. Het recht op partneralimentatie eindigt definitief als de alimentatie gerechtigde hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met een ander als waren zij gehuwd.

Op dit moment is er een wetsvoorstel aanhangig waarin wordt voorgesteld om de behoefte voortaan niet meer te bepalen aan de hand van de welstand tijdens het huwelijk maar aan de hand van het verlies aan verdiencapaciteit door het huwelijk. Een ander onderdeel van dit wetsvoorstel is het verkorten van de termijnen voor partneralimentatie. Er is nog geen zicht op het verloop van dit wetsvoorstel.